Noveen Mediation, Laatste nieuws

Noveen Mediation nieuws en actualiteiten
Publicaties uit de media:

Op zoek naar het échte conflict, Publicatie in het Magazine voor Juristen Mr.  nr 2 2006 met interview Willem van Veen.

Op 1 april 2005 is in de rechtspraak een begin gemaakt met de landelijke invoering van een doorverwijzingsvoorziening naar mediation. Na een aantal jaren experimenteren op projectbasis, wordt het nu serious business voor alle gerechten. Maar in hoeverre is mediation echt een zinvolle aanvulling op het bestaande rechtssysteem?

See you in court. Het was jarenlang het grootste schrikbeeld in de juridische wereld, dat we hier ‘Amerikaanse toestanden’ zouden krijgen en elkaar gingen ‘sue-en’ bij het leven. De vergelijking met de VS gaat inmiddels verre van op. Er wordt in Nederland niet om elk wissewasje een beroep op de rechter gedaan. Sterker nog, vergeleken met andere Europese landen maken Nederlanders relatief weinig gebruik van gerechtelijke procedures.

Als het goed is, wordt dat de komende jaren nóg minder. Op 1 april 2005 is een begin gemaakt met de landelijke invoering van Mediation naast Rechtspraak, een doorverwijzingsvoorziening bij de gerechten. Deze maakt burgers en bedrijven die een juridisch conflict aanhangig hebben gemaakt attent op de mogelijkheid om alsnog met een bemiddelaar tot een oplossing te komen. Een geslaagde uitkomst wordt vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Slaagt de bemiddeling niet, dan komt de zaak weer op het bordje van de rechter.

Eind 2007 zullen alle 26 gerechten (naast de hoven en rechtbanken, ook de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven) actief doorverwijzen in zaken die zich voor mediation lenen. Op dit moment is bij ongeveer de helft van de gerechten de voorziening gerealiseerd. Dat betekent dat de rechters zijn opgeleid voor hun taak als doorverwijzer en in staat zijn om in voorkomende gevallen partijen op mediation te attenderen. Verder zijn er bij de gerechten functionarissen aangesteld die de verwezen partijen ondersteunen bij het vinden van een mediator.

Mr. Machteld Pel, vice-president van het gerechtshof te Arnhem, stond in 1999 aan de wieg van het project. “De ervaring leert dat sommige conflicten niet tot een duurzame oplossing komen bij de rechter, omdat de juridische beslissing het achterliggende conflict niet wegneemt. Via mediation kunnen conflicten dáár worden opgelost waar de kans op een daadwerkelijke oplossing het grootst is”, zegt Pel. Het kunnen familiezaken zijn, burenruzies, huurkwesties, maar ook handelszaken en arbeidsconflicten. “Het soort conflict is eigenlijk geen selectiecriterium”, zegt Pel. “Uit het evaluatieonderzoek is gebleken dat voor het slagen van een mediation de onderhandelingsbereidheid van partijen het zwaarst weegt. Willen partijen er het liefst samen uitkomen en graag de eigen hand in de oplossing hebben, bijvoorbeeld omdat ze het voortzetten van hun relatie belangrijk vinden, dan zijn ze over het algemeen zeer bereid. Daarbij is de mate waarin het conflict is geëscaleerd van belang, want als dat al flink is opgelopen, hebben partijen het gevoel dat er maar weinig onderhandelingsruimte is. En dat heeft weer invloed op de onderhandelingsbereidheid.”

Rechters moeten kunnen inschatten of mediation in een bepaalde zaak zinvol is, aldus Pel, en worden daartoe ook opgeleid. “Die zaak is immers hun verantwoordelijkheid. Zijn ze in de veronderstelling dat een juridische beslissing niets oplost, dan zullen ze mediation voorstellen. Deze voorziening is toch bedoeld om partijen conflictoplossing op maat te bieden.”

Liever geen jurist
Alles wat (relatief) nieuw is, wordt niet noodzakelijk juichend ontvangen. Ook Mediation naast Rechtspraak kan op de nodige kritiek rekenen. Toen minister van Justitie Donner een jaar geleden zijn zegen gaf aan de landelijke invoering, beweerden enkele criticasters in vakbladen en krantencolumns dat rechters de nieuwe voorziening zullen gaan gebruiken om werk af te schuiven, omdat ze immers overbelast zijn. Afgelopen december schreef promovendus mr. Wouter van Steenbergen in het Nederlands Juristenblad dat in brieven van de minister aan de Tweede Kamer de oorspronkelijke ideële doelstelling van mediation – conflictoplossing op maat – zelfs letterlijk ondergeschikt was gemaakt aan vermindering van de werkdruk bij de rechterlijke macht.

Uit het evaluatieonderzoek van het WODC blijkt dat het in vijf procent van de zaken waarin een mediationvoorstel mogelijk is, ook daadwerkelijk tot een mediation komt. In 61 procent daarvan komt het tot gehele of gedeeltelijke overeenstemming. Volgens Van Steenbergen zijn deze cijfers niet indrukwekkend genoeg om de druk op het rechterlijk apparaat te doen afnemen.

Machteld Pel zit daar niet mee, want volgens haar is werklastvermindering absoluut niet het belangrijkste motief. “Het gaat om de kwaliteit van de geschilbeslechting, niet om het weghalen van zoveel mogelijk zaken bij de rechter. Verwijzing naar mediation is een extra service, die in het begin zelfs extra werk met zich meebrengt. Maar stel dat het uiteindelijk tevens tot werkbesparing voor de rechterlijke macht leidt, dan kan niemand daar toch bezwaar tegen hebben?”

Die 61 procent is tot op heden een stabiel cijfer gebleken, aldus Machteld Pel. En dat betekent toch dat in een substantieel aantal conflicten een oplossing op maat is geleverd. Het maatwerk dat Mediation naast Rechtspraak beoogt te bieden, zit hem onder meer in de verschillende achtergronden van de mediators. Er zijn juristen en gedragsdeskundigen, maar ook een discipline als bouwdeskundige is vertegenwoordigd. Handig als bijvoorbeeld de constructie van een dakkapel ten grondslag ligt aan het conflict.

Drs. Anneke Jelsma is psycholoog. Sinds 2000 is ze als mediator verbonden aan Mediation naast Rechtspraak, maar al ver daarvóór hield ze zich in haar praktijk bezig met conflictbemiddeling. Jelsma krijgt een breed scala aan zaken via de rechter. Van arbeids- en huurconflicten tot mensen die uit een maatschap willen stappen. Laatst kreeg ze twee partijen voor zich die in een burenruzie waren verwikkeld. Zij hadden uitdrukkelijk aangegeven een mediator te willen zonder juridische achtergrond. “Het conflict was al zo gejuridiseerd, dat men het terug wilde brengen tot wat het eigenlijk is”, zegt Jelsma, die aangeeft nog nooit te zijn vastgelopen op het ontbreken van juridische kennis. “Ik weet de ‘normale dingen’ en hoe een en ander procedureel in elkaar zit. Alle mediators die zaken voor de rechtbank doen, hebben kennis van de juridische aspecten van mediation en zijn daarop getoetst. Als mensen advies nodig hebben over de interpretatie van een wettelijke bepaling, dan stuur ik ze naar hun advocaat.” Echtscheidingen doet ze echter bewust niet. “Die zijn meestal niet beperkt tot de omgangsregeling met de kinderen. Ik vind dat je in zo’n geval als mediator het hele veld van regelingen moet kunnen overzien, tot en met het pensioen aan toe. En die kennis heb ik niet.”

Semi-advocatuur
Volgens mediator mr. Willem van Veen weet een goede mediator precies wanneer zijn deskundigheid ophoudt. “Specialistische kennis kun je er altijd bij halen”, zegt hij. “Als mediator moet je net genoeg van het onderwerp weten om er met een deskundige over te kunnen praten.”

De voormalige advocaat – Van Veen legde in 2004 de toga neer – spreekt uit ervaring. Hij paste zelf al mediation toe in zijn praktijk toen het net vanuit de VS was overgewaaid naar Nederland, zo’n jaar of tien geleden. Van Veen: “Procederen vond ik altijd een vrij zinloze bezigheid, alleen kort gedingen vond ik leuk. Mij interesseert vooral het oplossen. Waar het namelijk om gaat, is dat je uitvindt waar de werkelijke pijn zit. En dat je mensen in hun waarde laat.” Samen met zijn vrouw heeft Van Veen inmiddels een bloeiend mediationbedrijfje, waarin hij zijn vaardigheden naar lieve lust kan toepassen. Toch heeft hij zich niet aangesloten bij Mediation naast Rechtspraak. “Ik vind het op zich een goed initiatief, omdat ik denk dat veel conflicten beter opgelost kunnen worden via mediation, dan met een gerechtelijke uitspraak. Maar ik heb ook een aantal bezwaren tegen deze constructie.”

Een van de dingen waar Van Veen zich aan stoort is dat nu ineens de nadruk wordt gelegd op de achtergrond van de mediator, dus of iemand psycholoog, notaris of fiscalist is. Iets wat Machteld Pel overigens stellig ontkent: “Alle mediators die voldoen aan de kwaliteitseisen worden ingeschreven. Hen wordt wel gevraagd hun achtergrond en hun affiniteit aan te geven, maar dat is omdat partijen daar prijs op stellen. Zij kiezen immers de mediator.” Voor Van Veen moet het helemaal niet uitmaken wat iemands achtergrond is. “Het vak van mediator wordt zo een afgeleid vak, terwijl het een aparte discipline is. Je moet goed een proces kunnen begeleiden, dat is het voornaamste. Partijen lossen dan zelf hun conflict wel op. In mijn beste mediations heb ik geen eindresultaat bereikt. Daarmee bedoel ik dat er geen overeenkomst is gesloten. In plaats daarvan zijn er allerlei wegen geopend waar partijen zelf samen mee verder kunnen.”

Mediation naast Rechtspraak beoogt, in zaken die zich daarvoor lenen, het onderliggende conflict te dejuridiseren. “Als partijen een verschil van mening hebben over hoe iets juridisch zit, laten ze de rechter de knoop wel doorhakken”, zegt Machteld Pel. “Die vrijheid hebben ze, want zij bepalen zelf of ze instemmen met mediation. Die beslissing ligt niet bij de rechter.”

Volgens Van Veen wordt in deze constructie het fenomeen mediation gejuridiseerd, en daar heeft hij moeite mee. “Er ontstaat een soort semi-advocatuur. Terwijl mediation voor mij niets met recht te maken heeft. Het enige wat mediation en rechtspraak gemeen hebben, is dat het om een conflict gaat. Bovendien denk ik dat partijen helemaal niet vrijwillig voor mediation zullen kiezen. Ten eerste denk ik dat het conflict al te diep zit, als partijen eenmaal de stap naar de rechter hebben gezet. Vervolgens kunnen ze misschien ja of nee zeggen, maar zeggen ze werkelijk nee als ze voor de rechter staan?”, vraagt Van Veen zich af. “Stel dat een werkgever en een werknemer een arbeidsconflict hebben. De eerste wil van de laatste af en heeft eigenlijk helemaal geen zin in mediation. Toch zal hij instemmen omdat hij denkt dat hij anders het haasje is als hij na een mislukking weer voor de rechter staat. Hoe vrijwillig is dat? En als iets wordt gestuurd, werkt het gegarandeerd niet.”

Vanuit haar ervaring als regulier conflictbemiddelaar én als mediator in het kader van Mediation naast Rechtspraak, kan Anneke Jelsma Van Veen ten dele gelijk geven. Ze constateert dat er een aanmerkelijk verschil is tussen de zaken die ze voor zich krijgt. “De zaken die zich via de gebruikelijke weg bij mijn reguliere praktijk aanmelden zijn over het algemeen makkelijker te bemiddelen dan die ik via de rechter krijg, omdat het conflict minder is geëscaleerd. Als mensen eenmaal bij de rechter terecht zijn gekomen, staan ze vaak in de ‘ik-ga-winnen-stand’. Het heeft denk ik niet zo zeer met de mate van vrijwilligheid te maken, want die is naar mijn mening wel vaker twijfelachtig. Of iemand nu door zijn werkgever wordt gestuurd of door de rechter, dat maakt niet zoveel uit.”

Jelsma gelooft echter niet dat ze vanuit de rechtbank meer zaken krijgt die uiteindelijk niet geschikt zijn voor mediation. “In het begin van het project kwam dat wel eens voor, want toen was het nog even zoeken wat voor zaken zich het beste lenen voor mediation. Nu wordt er over het algemeen goed geselecteerd vanuit de rechtbank. Maar mediation is zeker geen panacee. Soms werkt het echt niet. Ik geloof wel dat mediation prima kan bestaan naast rechtspraak en dat het elkaar aanvult. Veel mensen zijn namelijk niet op de hoogte van de alternatieven en zijn blij als de rechter hen daarop wijst. Laatst had ik hier een mevrouw die het niet eens was met een beslissing van de gemeente. Ze schrok zich rot toen ze ineens voor de rechtbank moest verschijnen. Wat was zij blij dat ze alsnog naar een mediator kon.”

En dat is uiteindelijk volgens Machteld Pel ook gewoon de bedoeling van Mediation naast Rechtspraak. “Dat mensen die eerder de weg van mediation niet kozen of niet wisten te vinden, maar er toch wel iets voor voelen, alsnog die mogelijkheid hebben.”

Machteld Pel: “Het gaat om de kwaliteit van de geschilbeslechting, niet om het weghalen van zoveel mogelijk zaken bij de rechter.”

Willem van Veen: “Als iemand instemt met mediation omdat hij denkt het haasje te zijn als hij na een mislukking weer voor de rechter staat, hoe vrijwillig is dat dan?”

Heeft u vragen of wilt u reageren op dit artikel neem dan contact op met Noveen Mediation.

 
 
Noveen Mediation meer dan conflictbemiddeling alleen!
© 2009. All Rights Reserved - Noveen Mediation B.V. - Vosdijk 2 - 6824 BB Arnhem - T. 026-3514916 - F. 026-3511873 - E. info@noveenmediation.nl | Sitemap